Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
3.Tenlastelegging
4.Geldigheid van de dagvaarding
5.Waardering van het bewijs
Ten aanzien van feit 4 kan niet worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde gelden en goederen van misdrijf afkomstig zijn. Verdachte heeft verklaard dat zij veel geld en luxe goederen heeft gekregen van verschillende mannen, hetgeen wordt bevestigd door haar ex-vriend [ex-vriend van verdachte] en getuige [getuige] . Daarom kan ook feit 4 niet worden bewezen.
moneytransfersheeft uitgevoerd bij Western Union van in totaal € 5.914,00. Ook beschikte zij in deze periode over een Mercedes A250 met kenteken [kenteken 3] (hierna: de Mercedes) en over twee Rolex-horloges. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of kan worden vastgesteld dat deze geldbedragen en goederen uit misdrijf afkomstig waren.
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
10.Beslag
11.Voorlopige hechtenis
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
24 (vierentwintig) maanden.