ECLI:NL:RBAMS:2023:7912

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 december 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
13.248274-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 november 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Audiencia Provincial de Barcelona, sectie 21, voor de overlevering van een persoon geboren in Marokko en gedetineerd in Nederland. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door een advocaat en tolk. De verdediging voerde een genoegzaamheidsverweer aan op grond van artikel 2 van Pro de Overleveringswet, stellende dat het EAB onvolledig was omdat de instantie die het nationaal aanhoudingsbevel uitvaardigde niet was vermeld en de datum van het vonnis onduidelijk was.

De rechtbank oordeelde dat het EAB wel degelijk voldoet aan de vereisten, aangezien het vonnis waarop het EAB is gebaseerd duidelijk is uitgevaardigd door een rechterlijke instantie en het EAB zelf ook door een rechter is uitgevaardigd. De vermeende datumfout werd gecorrigeerd met aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit. Het feit waarvoor overlevering wordt verzocht betreft georganiseerde of gewapende diefstal, een lijstfeit onder de Overleveringswet, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.

Gelet op het ontbreken van weigeringsgronden en het voldoen aan de wettelijke eisen, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan op 6 december 2023 door de rechtbank Amsterdam, internationale rechtshulpkamer.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje toe op basis van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.248274-23
Datum uitspraak: 6 december 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 13 oktober 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 februari 2023 door de
Sección 21 de la Audiencia Provincial de Barcelona, Spanje, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 november 2023, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B. van Straaten, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Marokkaanse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van 20 november 2023 vermeldt een – voor tenuitvoerlegging vatbaar – vonnis van 10 juni 2013 van de
Audiencia Provincial de Barcelona – sección 21, met kenmerk 18/2014.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 5 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
3.1
Genoegzaamheid
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat de overlevering geweigerd moet worden op grond van artikel 2 OLW Pro, nu de stukken niet genoegzaam zijn. Het EAB vermeldt namelijk niet de instantie die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd. Ook is de datum van het vonnis dat aan het EAB ten grondslag ligt niet duidelijk. Alhoewel hierover vragen zijn gesteld door het Openbaar Ministerie, is dit onvoldoende duidelijk geworden. Subsidiair heeft zij betoogd dat de behandeling van de zaak aangehouden moet worden om hierover nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het ontbreken van de autoriteit die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd, niets afdoet aan de genoegzaamheid van het EAB. Het gaat in dit EAB immers om de executie van een aan de opgeëiste persoon opgelegde gevangenisstraf en duidelijk is door welke rechterlijke instantie dat vonnis is uitgevaardigd. Zelfs wanneer het nationaal aanhoudingsbevel afkomstig zou zijn van een niet rechterlijke autoriteit, dan ligt de vereiste effectieve rechterlijke bescherming besloten in het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis. Bovendien merkt de rechtbank op dat het EAB zelf is uitgevaardigd door een rechter, zodat de beslissing tot uitvaardiging en de evenredigheid daarvan ook via die weg door een rechterlijke autoriteit zijn getoetst. Hiermee is voldaan aan de vereisten die aan een EAB worden gesteld.
In de aanvullende informatie van 20 november 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit meegedeeld dat de datum van het vonnis 10 juli 2023 is, en niet 10 juni 2013. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk wat de juiste datum van het bewuste vonnis is en berust de in het EAB genoemde datum van 10 juli 2013 op een kennelijke verschrijving.
De rechtbank verwerpt het verweer en wijst daarom het verzoek tot aanhouding voor het stellen van nadere vragen af.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 van de OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Sección 21 de la Audiencia Provincial de Barcelona, Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 december 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.