Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiser]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- het antwoord met producties;
- het instructievonnis;
- de dagbepaling mondelinge behandeling;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De huurder ([eiser]) klaagde sinds januari 2020 over stank- en rookoverlast, voornamelijk veroorzaakt door wietlucht van de onderbuurder, en stelde dat verhuurder ([gedaagde]) zijn onderzoeksplicht had geschonden. De verhuurder werd aangesproken om maatregelen te nemen, waaronder het ontbinden van de huurovereenkomst met de onderbuurder.
De rechtbank constateerde dat hoewel de verhuurder aanvankelijk traag reageerde, hij uiteindelijk passende stappen heeft gezet, zoals bezoeken aan de onderbuurder en gesprekken met buren. Er was onvoldoende bewijs dat de overlast structureel en ernstig genoeg was om te kwalificeren als onrechtmatige overlast. Andere vormen van overlast, zoals geluid of intimidatie, werden niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank benadrukte dat enige hinder van buren geduld moet worden en dat roken in de eigen woning toegestaan is. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen omdat minder ingrijpende maatregelen nog niet volledig waren benut en de overlast onvoldoende was vastgesteld.
De verhuurder werd wel aangespoord om klachten serieus te blijven onderzoeken en passende maatregelen te treffen, zoals het onderzoeken van luchtverbindingen en afzuigers. De vorderingen van de huurder werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige overlast en de verhuurder heeft zijn onderzoeksplicht nageleefd.