ECLI:NL:RBAMS:2023:758
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen zorgregeling en afwijzing vorderingen inzake auto's in kort geding
Partijen zijn in 2007 in Iran getrouwd en hebben samen twee minderjarige kinderen. Na verblijf in Maleisië en Singapore vestigden zij zich in 2018 in Nederland. In september 2022 verliet de man de gezamenlijke woning; de vrouw woont daar nog met de kinderen. De man vorderde in kort geding een voorlopige zorgregeling en voorzieningen met betrekking tot twee auto’s. De vrouw vorderde in reconventie onder meer een voorlopige zorgregeling, hypotheeklasten en voorzieningen inzake dezelfde auto’s.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen over de zorgregeling niet in kort geding behandeld kunnen worden omdat partijen nog getrouwd zijn en de familierechter exclusief bevoegd is op grond van artikel 821 Rv Pro. Superspoed is niet vastgesteld, mede omdat een zitting over voorlopige voorzieningen reeds gepland stond. De vorderingen inzake de auto’s worden afgewezen omdat onduidelijk is wie eigenaar is en er geen spoedeisend belang is. De status quo wordt gehandhaafd en er wordt niet vooruitgelopen op de bodemprocedure.
De overige vorderingen van beide partijen worden eveneens afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 januari 2023.
Uitkomst: Man niet ontvankelijk in vorderingen zorgregeling; overige vorderingen, waaronder inzake auto's, afgewezen met kostencompensatie.