Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd nadat hij zich in oktober 2016 ziek had gemeld en zijn dienstverband was beëindigd. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser op de peildatum 3 oktober 2018 slechts voor 20,69% arbeidsongeschikt werd geacht. Deze beoordeling was gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten van november 2021.
Eiser betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat de functies te belastend waren en dat zijn bezwaren onvoldoende waren behandeld. De rechtbank oordeelde dat het UWV de medische situatie van eiser voldoende had onderkend en dat de verzekeringsarts het medisch oordeel op overtuigende wijze had gemotiveerd. Eiser had zijn standpunten onvoldoende onderbouwd met medische informatie.
De rechtbank vond geen reden om af te wijken van het oordeel dat eiser op de peildatum arbeid kon verrichten rekening houdend met de beperkingen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd het besluit van het UWV bevestigd, met als gevolg dat eiser geen WIA-uitkering ontvangt en de proceskosten niet worden vergoed.