ECLI:NL:RBAMS:2023:7456
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen weigering onderzoekshandelingen in strafzaak afgewezen door rechtbank Amsterdam
De verdediging van de bezwaarde verzocht de rechter-commissaris om meerdere onderzoekshandelingen in het kader van een strafzaak te verrichten. De rechter-commissaris wees deze verzoeken grotendeels af. De verdediging stelde dat de onderzoeken relevant zijn voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, de bewijsvraag en de strafmaat.
De rechtbank heeft het bezwaar tegen deze weigering behandeld. De verdediging voerde aan dat er bij aanvang van het onderzoek geen redelijke verdenking bestond en dat de rol van de overheid in het faciliteren van btw-fraude onderzocht moet worden. Het Openbaar Ministerie stelde dat de aangeleverde documenten en argumenten onvoldoende relevantie hebben voor de strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoekswensen niet bijdragen aan de te nemen beslissingen en dat de verdediging onvoldoende nieuwe argumenten had aangevoerd om dit te veranderen. De stellingen over de interpretatie van omzetgegevens en de strafmaat kunnen tijdens de inhoudelijke behandeling worden besproken.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde de beslissing van de rechter-commissaris. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige raadkamer van de rechtbank Amsterdam op 31 oktober 2023.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de rechter-commissaris om onderzoekshandelingen te verrichten is ongegrond verklaard.