Uitspraak
1.[eiser 1]
2. [eiser 2]
3. [eiser 3]
1.[gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
3. [gedaagde 3]
Artikel 4. Huurprijswijziging
Rechtbank Amsterdam
In deze huurzaak heeft de kantonrechter ambtshalve de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG inzake oneerlijke bedingen. Het geschil betreft onder meer een beding in de algemene voorwaarden dat een contractuele rente van 1% per maand bij betalingsverzuim voorschrijft.
De kantonrechter oordeelt dat het kernbeding over huurverhogingen tot 1 mei 2022 duidelijk en begrijpelijk is en niet oneerlijk. Ook het verwijzingsbeding naar artikel 18 van Pro de algemene bepalingen wordt niet als oneerlijk beoordeeld. Het rentebeding in artikel 20.2 van de algemene bepalingen wordt echter vernietigd omdat het een rente van 12% per jaar voorschrijft, terwijl de wettelijke rente aanzienlijk lager is. Dit beding verstoort het evenwicht tussen partijen ten nadele van de huurder en is niet onderhandeld.
Gevolg is dat het rentebeding volledig buiten toepassing wordt gelaten en geen aanspraak kan worden gemaakt op wettelijke rente. De huurovereenkomst wordt ontbonden, de gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en tot betaling van achterstallige huur en lopende huur tot ontruiming. Daarnaast worden zij veroordeeld in de proceskosten en na dit vonnis ontstane kosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, het oneerlijke rentebeding vernietigd en gedaagden veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.