De zaak betreft het geschil tussen [eiser] B.V., houdster van de managementovereenkomst, en Hub West over de rechtsgeldigheid van het ontslag van [eiser] als statutair bestuurder en de beëindiging van de managementovereenkomst.
[eiser] stelt dat het ontslag en de opzegging van de overeenkomst onrechtmatig zijn omdat de aandeelhouder niet bevoegd was tot opzegging en het ontslagbesluit nietig zou zijn. Zij vordert daarom betaling van achterstallige managementvergoedingen en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de aandeelhouder als enig aandeelhouder bevoegd was om het ontslagbesluit te nemen tijdens de aandeelhoudersvergadering, waarbij [eiser] in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven. Het ontslagbesluit is niet in strijd met wet, statuten of redelijkheid en billijkheid en is daarmee rechtsgeldig.
Het ontslag als bestuurder leidt ook tot het einde van de managementovereenkomst, omdat de werkzaamheden onlosmakelijk verbonden zijn met de functie van bestuurder. De opzegtermijnen in de overeenkomst zijn niet van toepassing op dit ontslag. Hierdoor bestaat geen recht op vergoeding na 31 oktober 2022.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.