De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoekschrift van verzoeker gericht op het horen van getuigen om te bewijzen dat hij niet persoonlijk aansprakelijk is voor een schuld van €224.918,00 aan International Dutch Management Holding B.V. (IDMH). IDMH voerde aan dat de rechtbank niet bevoegd was vanwege een lopende procedure bij een ander gerecht over dezelfde kwestie.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling bleek uit een vonnis van 4 september 2023 van het gerecht in eerste aanleg van een andere plaats dat verzoeker onrechtmatig had gehandeld en persoonlijk aansprakelijk was voor de schade aan IDMH. Kort voor de mondelinge behandeling trok verzoeker het verzoekschrift in.
IDMH verzocht daarop om een proceskostenveroordeling wegens de nodeloze kosten die waren gemaakt voor het verweerschrift en het griffierecht. De rechtbank oordeelde dat verzoeker veroordeeld moest worden in de proceskosten van €1.274,00 en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.