ECLI:NL:RBAMS:2023:7193
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming aannemingsovereenkomst wegens onwerkbare samenwerking
In deze zaak vordert eiser nakoming van een mondelinge en schriftelijke aannemingsovereenkomst met gedaagde, die werkzaamheden verrichtte aan een gebouw met acht appartementen. De samenwerking verliep aanvankelijk goed, maar er ontstond een geschil over de facturering van voorrijkosten en gewerkte uren. Gedaagde annuleerde daarop de bestelling van materialen en staakte de werkzaamheden.
Eiser stelt dat gedaagde de overeenkomst onterecht heeft opgezegd en vordert nakoming met dwangsom. Gedaagde voert verweer en stelt dat de situatie onwerkbaar is geworden door het gedrag van eiser, die volgens hem intimiderend optrad en de samenwerking onmogelijk maakte. Na een gesprek op de bouwplaats op 20 september 2023 is het vertrouwen definitief verdwenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord zijn en geen perspectief bestaat op voortzetting van de samenwerking. Daarom wijst hij de vordering tot nakoming af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventie behoeft geen bespreking omdat niet aan de voorwaarde is voldaan.
Uitkomst: Vordering tot nakoming aannemingsovereenkomst afgewezen wegens onwerkbare samenwerking en verstoorde verhoudingen.