ECLI:NL:RBAMS:2023:706

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
13 februari 2023
Zaaknummer
728010/ FA RK 23/229
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij depressieve stoornis

De rechtbank Amsterdam heeft op 31 januari 2023 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een depressieve-stemmingsstoornis, op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene verblijft in een instelling en vertoont ernstig zelfbeschadigend gedrag en psychotische symptomen, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.

Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat betrokkene niet in staat was zich te uiten en intensieve zorg nodig heeft om levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en psychische schade te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is en wees verschillende zorgmaatregelen toe, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht.

De duur van de verplichte zorg is vastgesteld op 12 maanden, waarbij insluiting en toezicht telkens maximaal 2 dagen per keer mogen duren. De rechtbank beperkte de duur van toezicht aan de duur van insluiting, omdat een algemene motivering voor toezicht buiten insluiting ontbrak. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en de zorg is evenredig en naar verwachting effectief.

De zorgmachtiging geldt tot uiterlijk 31 januari 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg met insluiting en toezicht voor 12 maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/728010 / FA RK 23/229
kenmerk: ZM/IND/94369
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 31 januari 2023van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te Amsterdam, Arkin, [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 10 januari 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 januari 2023, in het gebouw van Arkin op de locatie [locatie] te Amsterdam.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene (kort gezien op haar kamer);
- moeder betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- psychiater, de heer V. Holländer.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen
.
De rechtbank heeft betrokkene kort in haar kamer bezocht en gevraagd of zij wil reageren op het verzoek van de officier. Betrokkene gaf non-verbale reacties bij vragen van de rechtbank en zij heeft niet geantwoord op de vragen van de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet in staat was zich te doen horen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van depressieve-stemmingsstoornissen.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in
:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene werd in juni 2022 vanuit de regulier ggz naar Inforsa Liz verwezen omdat de behandeling was vastgelopen ondanks klinisch-intensieve trajecten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft moeder heeft aangegeven dat haar dochter door de verhuizing naar de huidige instelling erg achteruit is gegaan. Bij overgang naar een nieuwe omgeving ontstaat een enorme drang om weg te willen, waarbij betrokkene ver kan gaan. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat traumabehandeling niet of nauwelijks van de grond is gekomen, vanwege snelle terugschieten in wegrakingen tot en met herbelevingen toe. Betrokkene is dwangmatig in zelfbeschadigend gedrag en hoort stemmen die opdrachten geven tot zelfbeschadiging. Zij wordt intensief verpleegd op haar kamer of als dat niet veilig, voorspelbaar en overzichtelijk kan, in de separeerruimte. Zij kan worden verplaatst naar de separeer als zij door te schreeuwen of grommen, geluidsoverlast veroorzaakt voor medepatiënten en daarmee de orde en rust op de verpleegafdeling verstoord. Het is de bedoeling betrokkene eerst te behandelen met antidepressiva en vervolgens ECT. De verwachting is dat de stemming hierdoor zal verbeteren en dat de angsten af zullen nemen. Betrokkene wil het liefst euthanasie, maar staat wel open voor behandeling. Echter zij is ook ambivalent ten aanzien van de genomen maatregelen om zelfbeschadiging en suïcide te voorkomen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg in de vorm van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’, anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur wordt beperkt. De rechtbank acht proportioneel om deze vormen van zorg toe te wijzen voor de duur van telkens maximaal 2 dagen per keer. De rechtbank bepaalt dat betrokkene in de komende twaalf maanden bij (een) eventuele terugval(len) en voor zover sprake is van een opname in de accommodatie, telkens maximaal 2 dagen per keer kan worden ingesloten in haar kamer of een daartoe bestemde ruimte. De verzochte vorm van ‘uitoefenen van toezicht’ kan zien op ‘opname in een accommodatie’ en ‘insluiting’. Indien het uitoefenen van toezicht op betrokkene in de accommodatie in zijn algemeenheid nodig is, dus buiten insluiten om, is het naar het oordeel van de rechtbank echter aan de behandelaren om goed te motiveren waarom dat in dat specifieke geval noodzakelijk is. Die motivering is niet gegeven. De rechtbank zal dan ook de duur van deze vorm van zorg koppelen aan de verplichte vorm van zorg ‘insluiten’.
Op basis van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg die zijn gebaseerd op het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting daarop tijdens de mondelinge behandeling, zijn de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
  • toedienen van medicatie gedurende 12 maanden;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening gedurende 12 maanden;
  • beperken van de bewegingsvrijheid gedurende 12 maanden;
  • insluiten gedurende 12 maanden telkens voor maximaal 2 dagen per keer;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende 12 maanden telkens voor maximaal 2 dagen per keer;
  • onderzoek aan kleding of lichaam gedurende 12 maanden;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen gedurende 12 maanden;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam gedurende 12 maanden;
  • opnemen in een accommodatie gedurende 12 maanden.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
De advocaat van betrokkene heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 12 maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 31 januari 2024;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 31 januari 2023 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 14 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.