ECLI:NL:RBAMS:2023:684
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor onrechtmatige omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten bevestigd met matiging
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van een eigenaar van een woning in Amsterdam tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de gemeente wegens het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimten zonder de vereiste vergunning.
Na een melding woonfraude en een onderzoek bleek dat de woning was verhuurd aan drie personen die geen gezamenlijke huishouding vormden, wat een overtreding is van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet. De eigenaar had niet voldaan aan zijn zorgplicht om toezicht te houden op het gebruik van de woning en kon daarom als overtreder worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze van €12.570 naar €9.000 vanwege het ontbreken van kwade opzet, de medewerking van de eigenaar aan het onderzoek en genomen maatregelen om herhaling te voorkomen. Tevens werd het griffierecht aan de eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt de toepassing van het EVRM en de noodzaak van een volle rechterlijke toetsing bij bestuurlijke boetes, waarbij de proportionaliteit van de sanctie wordt afgewogen tegen de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid.
Uitkomst: De boete wegens onrechtmatige omzetting van zelfstandige woonruimte werd bevestigd maar gematigd tot €9.000.