Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
€ 258.000,00 verschuldigd is, en vroeg [eiser] daarbij nog even geduld te hebben tot hij de overbedelingssom zou hebben ontvangen.
1.4 beslag
Zaak 1
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser opheffing van het door gedaagde gelegde beslag op de overbedelingssom bij de notaris en nakoming van afspraken uit een akte van verdeling en levering. De overbedelingssom betreft een bedrag dat de man aan zijn ex-echtgenote moet betalen na echtscheiding. Eiser stelt dat hij een lening aan de man heeft verstrekt en dat zijn vordering uit het verstekvonnis op de man uit deze som voldaan moet worden.
Gedaagde betwist het bestaan van een echte leningsovereenkomst en stelt dat het verstekvonnis en de leningsovereenkomst een opzet zijn om de overbedelingssom buiten haar bereik te houden. De rechtbank stelt vast dat de leningsovereenkomst en de onderbouwing daarvan ongeloofwaardig zijn, mede door het ontbreken van bankafschriften en het feit dat de lening contant in lokale valuta zou zijn verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat nader feitelijk onderzoek nodig is, wat in kort geding niet mogelijk is. Daarom wijst zij de gevraagde voorzieningen af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat de kortgedingrechter niet geschikt is voor een simpele veroordeling op basis van de akte van 3 augustus 2022, gezien de vermoedelijke opzet en de onduidelijkheden in de bewijsvoering.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beslag op de overbedelingssom wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.