Vlakland is eigenaar van een woning die sinds 1996 wordt verhuurd aan [gedaagde]. In 2013 heeft de Huurcommissie vastgesteld dat er ernstige gebreken zijn aan de woning, waaronder houtrot en vochtdoorslag, waardoor de huurprijs tijdelijk werd bevroren. Vlakland heeft nooit een procedure gestart om het herstel van deze gebreken te laten beoordelen.
In 2022 stelde Vlakland een huurverhoging voor, maar [gedaagde] maakte bezwaar omdat de gebreken niet zijn verholpen. De Huurcommissie bevestigde in 2023 dat de huurprijs niet verhoogd mag worden zolang de gebreken aanwezig zijn of het herstel niet is beoordeeld.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de gebreken zijn hersteld. [gedaagde] onderbouwde dit met een recent rapport waaruit blijkt dat de slaapkamer nog steeds vochtig en onbewoonbaar is. Vlaklands stelling dat de vochtproblemen door onvoldoende verwarming zouden komen, werd gemotiveerd betwist.
Daarom blijft de huurprijs bevroren en mag de huur niet worden verhoogd. De vorderingen van Vlakland worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.