Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:669

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
13/301639-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 9, tweede lid, sub b, onder 1, OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Kroatië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 januari 2023 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Kroatië op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het County Court in Split. De opgeëiste persoon werd verdacht van hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf, strafbaar gesteld onder Kroatisch recht met een vrijheidsstraf van zes maanden waarvan nog circa twee maanden en 23 dagen resteren.

De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon de opgelegde straf kort na de uitspraak volledig zou hebben ondergaan, waardoor overlevering niet mogelijk zou zijn op grond van artikel 9, tweede lid, sub b, onder 1, van de Overleveringswet (OLW). De officier van justitie stelde echter dat als dat het geval zou zijn, de persoon na overlevering in vrijheid zou worden gesteld.

De rechtbank concludeerde dat de straf ten tijde van de uitspraak nog niet volledig was ondergaan en dat de overlevering daarom niet geweigerd kan worden. De rechtbank wees erop dat de opgeëiste persoon zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien dagen na uitspraak, moet worden overgeleverd. De rechtbank oordeelde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn, waardoor de overlevering wordt toegestaan.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Kroatië toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/301639-22
RK nummer: 22/4936
Datum uitspraak: 7 februari 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 november 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 december 2021 door de
County Court in Split(Kroatië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedag] 1975,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 januari 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. G.P. Sholeh. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Bosnische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij burger is van Bosnië en Herzegovina.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van de
Municipal Court in Splitvan 11 juni 2019 (referentienummer: No K-532/2019).
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Volgens
Form A,welk formulier wordt gelezen in samenhang met het EAB, resteren van deze straf nog twee maanden en 23 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid: Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 13, te weten:
hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Kroatië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.Artikel 9, tweede lid, sub b, onder 1, OLW

Standpunt van de verdediging
Onder verwijzing naar artikel 9, tweede lid, sub b, onder 1, OLW heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het overleveringsverzoek niet ten uitvoer kan worden gelegd. Kort na de uitspraak en (hoogstwaarschijnlijk) vóórdat de feitelijke overlevering zal plaatsvinden, zal de opgeëiste persoon de straf die in Kroatië aan hem is opgelegd in het geheel hebben uitgezeten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft erop gewezen dat, indien blijkt dat de opgeëiste persoon tussen het moment van de uitspraak en de feitelijke overlevering de straf in het geheel heeft ondergaan, hij door het openbaar ministerie in vrijheid zal worden gesteld. De overlevering kan worden toegestaan.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de tijd die de opgeëiste persoon in overleveringsdetentie heeft gezeten in mindering strekt op de straf die in Kroatië aan de opgeëiste persoon is opgelegd, maar dat deze straf ten tijde van deze uitspraak nog niet geheel door de opgeëiste persoon is ondergaan. De situatie zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, sub b, onder 1, OLW doet zich dus niet voor.
Volgens artikel 35 OLW Pro dient de opgeëiste persoon zo spoedig mogelijk na de uitspraak feitelijk te worden overgeleverd, doch niet later dan tien dagen na de datum van de uitspraak. Het is aannemelijk dat de opgeëiste persoon, kort na de uitspraak, het restant van de aan hem in Kroatië opgelegde straf geheel in overleveringsdetentie zal hebben ondergaan. Het is aan de officier van justitie om deze situatie tijdig te signaleren en daar de nodige gevolgtrekkingen aan te verbinden.
De rechtbank verwerpt het verweer.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 van de OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
County Court in Split(Kroatië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 7 februari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.