Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2006.
Rechtbank Amsterdam
Partijen, gehuwd sinds 1999, zijn in scheiding en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig. De vrouw verzocht aanvankelijk om exclusief gebruik van de echtelijke woning en toewijzing van het minderjarige kind aan haar. Tijdens de zitting bereikten partijen een regeling waarbij zij om en om in de woning verblijven, rekening houdend met de sportactiviteiten van het kind en de werkverplichtingen van de man.
De man verblijft tijdens zijn afwezigheid bij zijn ouders op ruim twee uur reistijd van de woning, maar heeft een nieuwe baan in een andere plaats met een verplichte trainingsperiode. Partijen spraken af de reiskosten voor openbaar vervoer in deze periode gelijk te delen en dat de man waar mogelijk thuis zal werken.
De rechtbank oordeelt dat de regeling in het belang van de kinderen is en passend gezien de hoge spanningen tussen partijen. De woning staat te koop en het is van belang dat partijen zich strikt aan de regeling houden, inclusief praktische afspraken over wisseltijden en het meenemen van spullen om conflicten te voorkomen.
De beschikking bepaalt dat de vrouw van zondagavond tot woensdagavond en de man van woensdagavond tot zondagavond exclusief gebruik van de woning heeft, met ingang van 11 januari 2023. De gemaakte afspraken over kosten en gebruik worden bevestigd en de eerdere verzoeken tot exclusief gebruik en toewijzing van het kind aan de vrouw worden ingetrokken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe waarbij partijen om en om exclusief gebruik van de woning hebben met gedeelde kosten voor woon-werkverkeer.