ECLI:NL:RBAMS:2023:6484

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
17 oktober 2023
Zaaknummer
13-187903-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 SrArt. 248 SrArt. 285a SrArt. 300 SrArt. 2 OLW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks detentieomstandigheden in Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 september 2023 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen. De verdachte, geboren in 1989, wordt verdacht van feiten die in Polen zijn bestraft met een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat de feiten voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht, waaronder feitelijke aanranding van de eerbaarheid met misbruik van een kwetsbare positie, medeplegen van mishandeling en het beïnvloeden van een verklaring voor de rechter.

De verdediging voerde aan dat overlevering geweigerd moet worden op grond van artikel 11 OLW Pro vanwege het reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in Poolse detentie, vooral vanwege het zedendelict. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende objectieve en actuele gegevens zijn aangeleverd om dit gevaar aannemelijk te maken.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks betwiste detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/187903-23
Datum uitspraak: 10 oktober 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 28 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 januari 2023 door
the Regional Court in Szczecin, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 september 2023, in aanwezigheid van mr. C.L.E. Mcgivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. F. Laros, advocaat in Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
judgement of the District Court Szczecin,Polen
, – Right Bank and West in Szczecin,Polen
,– van 4 februari 2019, (met referentie IV K 402/17)
changed by virtue of the judgement of the Regional Court in Szczecin,Polen, van 19 november 2019 (met referentie IV Ka 998/19).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemd vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
ten aanzien van feit 1:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt;
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van mishandeling;
ten aanzien van feit 3:
opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om naar geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd.

5.Artikel 11 OLW Pro: Poolse detentieomstandigheden

De raadsman heeft bepleit dat overlevering op grond van artikel 11 OLW Pro moet worden geweigerd, nu er voor de opgeëiste persoon sprake is van een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling indien hij wordt overgeleverd. De overlevering van de opgeëiste persoon wordt namelijk verzocht wegens een veroordeling voor onder meer een zedendelict, zodat de kans op mishandeling door medegedetineerden en cipiers groot is.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende is onderbouwd dat ten aanzien van de opgeëiste persoon een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie bestaat, zodat de overlevering kan worden toegestaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de raadsman niet op basis van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft onderbouwd, dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat personen die in Polen wegens een zedendelict zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. Reeds hierom slaagt het verweer niet.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 246, 248, 285a, 300 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5, 7, 11 OLW.

11.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Szczecin, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. B. van Galen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 oktober 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.