ECLI:NL:RBAMS:2023:636
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting eetcafé wegens drugshandel
De burgemeester van Amsterdam heeft een eetcafé gesloten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs in het pand. De sluiting is bedoeld om drugshandel tegen te gaan en de openbare orde en veiligheid te beschermen.
Verzoeker, de exploitant van het eetcafé, betwist de feiten en stelt dat hij niets wist van de drugs en dat de sluiting onevenredige financiële gevolgen heeft. De voorzieningenrechter overweegt dat het eetcafé bekend staat als ontmoetingspunt voor drugshandel en dat er meerdere signalen en een drugsonderzoek zijn die dit bevestigen.
De rechter acht de sluiting noodzakelijk en evenredig gezien de ernst van de situatie, de hoeveelheid drugs, het contante geld en de aanwezigheid van meerdere mobiele telefoons bij bezoekers. De belangen van de openbare orde wegen zwaarder dan de financiële belangen van verzoeker.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de sluiting van het eetcafé gehandhaafd blijft. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het eetcafé wordt afgewezen, waardoor de sluiting voor zes maanden gehandhaafd blijft.