ECLI:NL:RBAMS:2023:6337

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
13.172.690-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Litouwse veroordeelde op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 oktober 2023 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Vilnius Regional Court. De opgeëiste persoon was veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar voor oplichting. De procedure vond plaats in aanwezigheid van de officier van justitie en de gemachtigde raadsvrouw van de opgeëiste persoon, die zelf niet aanwezig was.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat hij de Russische nationaliteit bezit. De zaak was in hoger beroep in feite en in rechte ten gronde behandeld, waardoor voldaan werd aan de vereisten van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW). Er waren geen weigeringsgronden en het feit waarvoor overlevering werd gevraagd, oplichting, voldoet aan het vereiste van dubbele strafbaarheid.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan alle wettelijke eisen en dat overlevering niet in strijd is met de Nederlandse wetgeving. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Litouwen toe voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van één jaar wegens oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.172.690-23
Datum uitspraak: 5 oktober 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 13 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 november 2021 door
the Vilnius Regional Court, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres opgeëiste persoon]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 september 2023, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is in strijd met de voorwaarden waaronder zijn overleveringsdetentie is geschorst, niet ter zitting verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Russische nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
Sentence of the District Court of Vilnius Cityvan 17 januari 2020 en een
Ruling of Vilnius Regional Courtvan 28 september 2021 (referentienummer:
Case No 1-61-486/2020; 1A-307-851/2021).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
4.1
Artikel 12 OLW Pro
Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon op 17 januari 2020 in eerste aanleg is veroordeeld en dat op 28 september 2021 door
the Vilnius Regional Courtarrest is gewezen.
Als een strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover bij die laatste beslissing definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld. [4]
Uit de aanvullende informatie van 31 augustus 2023 volgt dat de zaak in hoger beroep in feite en in rechte ten gronde is behandeld en definitief uitspraak is gedaan over schuld en straf. Daarom valt alleen de procedure in hoger beroep onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro.
Volgens de aanvullende informatie is de opgeëiste persoon in persoon verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Artikel 12 OLW Pro staat daarom niet aan overlevering in de weg.

5.Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een strafbaar feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Oplichting

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 326 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Vilnius Regional Court(Litouwen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. N.J. Koene en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens en F.M.H. Albarda, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 oktober 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 augustus 2017, C-270/17 PPU (