Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
8 september 2023.
zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.
mr. M.L. Vermeulen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. S.C. Kanhai naar voren hebben gebracht.
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, op de zitting gehoord.
2.Beschuldiging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlageopgenomen bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat – bewezen dat verdachte:
[buitengewoon opsporingsambtenaar 1] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, (mondeling) heeft beledigd, door een middelvinger aan die [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] te tonen en hem/haar de woorden toe te voegen: “racist” en “zebi” en “fuck you”.
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
ISD-maatregel te beperken tot één jaar, met aftrek van het voorarrest.
8 augustus 2023 blijkt dat hij gedurende de vijf jaar voorafgaand aan de diefstal op
16 juni 2023 meer dan drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl de in dit vonnis bewezen verklaarde diefstal is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde reclasseringsrapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan.
“Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, tegen wie over een periode van vijf jaar processen-verbaal zijn opgemaakt voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
100 (honderd) dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De rechtbank heeft voor zaak A aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor zakkenrollerij.
8.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 100 (honderd) dagenen beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het vonnis van 6 mei 2022 in de zaak met parketnummer 13/110588-22, namelijk een
gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) dagen.