Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
Artikel 4 – aflevering en terugbezorging
, kantonrechter] aan het einde van de huurperiode. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder van een camper over schade die na de huurperiode werd geconstateerd. De huurder had de camper gehuurd van 6 tot 15 mei 2022. Na terugbezorging bleek schade aan de remmen, luifel, een ontbrekend koppelstuk en onvoldoende schoonmaak. De verhuurder stelde kosten voor reparatie en schoonmaak en vorderde betaling van de huurder.
De huurder erkende aansprakelijkheid voor de schade aan de luifel en het ontbreken van het koppelstuk, maar betwistte de remschade en schoonmaakkosten. De kantonrechter oordeelde dat de schade aan de remmen niet aan de huurder kon worden toegerekend omdat hierover geen specifieke instructies waren gegeven en remmen gebruiken geen tekortkoming is. De schade aan de luifel en het koppelstuk was wel voor rekening van de huurder, maar de borgverzekering had de reparatie van de luifel gedekt, waardoor deze kosten niet meer op de huurder verhaald konden worden.
De schoonmaakkosten werden beperkt tot het contractueel overeengekomen bedrag van €50,-. Na verrekening van een bedrag van €250,- wegens niet optimaal functioneren van de camper, resteerde geen betalingsverplichting voor de huurder. De vordering tot vergoeding van incassokosten werd eveneens afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.