Verzoekster, een vrouw met drie minderjarige kinderen, dreigt dakloos te worden nadat de woningbouwvereniging een ontruimingsprocedure is gestart wegens het niet rechtmatig verblijven in haar woning in Amsterdam-Zuidoost. Zij heeft zich gemeld bij de GGD voor maatschappelijke opvang, maar haar aanvraag is afgewezen omdat zij volgens de GGD niet beperkt zelfredzaam zou zijn op meerdere leefgebieden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het onderzoek van de GGD onvolledig is, met name omdat vermoedens van een licht verstandelijke beperking en analfabetisme niet adequaat zijn onderzocht. Ook is onvoldoende duidelijk of het beperkte netwerk van verzoekster voldoende hulp kan bieden, terwijl de dreigende dakloosheid een schrijnende situatie oplevert.
Gezien de belangen van de drie minderjarige kinderen en de positieve verplichting uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind om hun belangen mee te wegen, beveelt de voorzieningenrechter dat verzoekster en haar kinderen worden toegelaten tot maatschappelijke opvang vanaf het moment van ontruiming, tot uiterlijk zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.