Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.079,00
Rechtbank Amsterdam
De man en vrouw zijn ex-echtelieden die sinds 2016 gescheiden zijn. De vrouw heeft op grond van een beschikking van het Hof Den Haag van januari 2023 recht op alimentatie en een bedrag van €96.033,28 voor vermogensafwikkeling. De man heeft executoriale beslagen gelegd gekregen op zijn aandeel in twaalf appartementsrechten in Amsterdam ter verhaal van een vordering van ruim €115.000. De man vordert opheffing van deze beslagen en beëindiging van incasso door het LBIO, stellende dat verrekening met zijn tegenvorderingen moet plaatsvinden en dat de beslagen disproportioneel zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een kennelijke misslag in de beschikking of dat de beslagen disproportioneel zijn. De verrekeningsvordering wordt betwist en is onderwerp van cassatie, zodat daarop niet vooruitgelopen kan worden. De waarde van de beslagen is niet disproportioneel in verhouding tot de vordering. De vrouw leeft van een bijstandsuitkering en heeft belang bij uitvoering van haar recht. De incasso door het LBIO kan niet worden beëindigd zolang niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
De man wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opheffing van de beslagen en beëindiging van incasso af. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing executoriale beslagen en beëindiging incasso LBIO wordt afgewezen; man wordt veroordeeld in proceskosten.