Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Beschuldiging
- stofverspreiding (van ertsen/kolen) op respectievelijk 1 en/of 2 maart 2018 en 14 februari 2021 (in zaken A en D) ;
- het in de Buitenhaven brengen van een hoeveelheid afval(spoel)water en/of (filter)zand vanuit een zandfilter zonder zuivering via de bedrijfsriolering op 19 december 2018 (in zaak B), en
- geuroverlast door het koelen van zogenoemde Roza-slakken in de periode van 3 december 2019 tot en met 27 januari 2020 (feit 1) en op 7 februari 2020 en/of 20 februari 2020 dan wel in de periode van 7 februari 2020 tot en met 20 februari 2020 (feit 2) in zaak C.
3.Voorvragen
,namelijk reeds vervallen door verjaring op het moment dat de officier van justitie de dagvaarding uitbracht. De verjaringstermijn bedraagt immers drie jaar en de dagvaarding is meer dan drie jaar na de vermeende overtreding uitgebracht. Het verweer van de verdediging slaagt dus.
4.Bewijsvraag
- Locatie: Opslagenweg op het terrein van [verdachte]
- Datum: 1 maart 2018
- Wat is zichtbaar: De inspecteurs, [naam inspecteur 1] en van [naam inspecteur 2] , keken in zuidelijke richting naar de erstvelden.
- Met de rode letter A is een shovelbak welke grondstoffen, Permac, in de stortbak van de sorteerinstallatie, stort aangeduid. Vanaf seconde 9 is in de film te zien dat de shovelbak beweegt.
- Met de rode letter B is een wielgraver/opwerpmachine aangeduid.
- In de rode cirkels is verwaaiing van Permac te zien vanaf de stortbak en de transportband van de sorteerinstallatie, tijdens het zeven van Permac.
de rechtbank begrijpt: de collega van inspecteur [naam inspecteur 1] , die op 1 maart 2018 ook betrokken was bij de milieucontrole):
- Locatie: Opslagenweg op het terrein van [verdachte]
- Datum: 2 maart 2018
- Wat is zichtbaar: De inspecteurs, [naam inspecteur 1] en [naam inspecteur 3] , kijken in zuidwestelijk richting vanaf de Opslagenweg in de richting van de Steigerweg, vanaf ongeveer seconde 20 draaiend naar zuidelijke richting.
Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich één of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
- een proces-verbaal met nummer PL1100-2019120703-2 van 10 juli 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] , inhoudende de verklaring van [naam 2] (doorgenummerde pag. 0004 tot en met 0009);
- een proces-verbaal met nummer PL1100-2019120703-3 van 27 augustus 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 1] , inhoudende de verklaring van [vertegenwoordiger] als vertegenwoordiger van verdachte (doorgenummerde pag. 0010 tot en met 0014);
- een geschrift, te weten een Besluit van 6 september 2010 met kenmerk WSV 2010/5162), inhoudende voorschrift nl.2.02 (zuiveringstechnische voorzieningen) (doorgenummerde pag. 0075 tot en met 0091);
- een geschrift, te weten een Beschikking van 27 november 2018 met kenmerk RWS-2018/44032) (ongenummerd, pag. 180 tot en met 186 van het digitale dossier).
De Roza-slakken worden in deze beschuldiging aangemerkt als afvalstoffen. De handelingen zou verdachte op of omstreeks 7 februari 2020 en/of 20 februari 2020, in elk geval in of omstreeks de periode van 7 februari 2020 tot en met 20 februari 2020, hebben verricht.
Subsidiair geldt dat opzet bij verdachte in dit verband niet kan worden bewezen.
zijde proef direct zullen stoppen. Het stoppen van de proef is dus geformuleerd als een actie die dient te worden ondernomen door de ODNZKG. Er is niet gebleken dat de ODNZKG verdachte heeft gesommeerd te stoppen met de proef vanwege geurhinder. Het dossier bevat overigens ook onvoldoende bewijs voor de stelling dat als gevolg van de proef daadwerkelijk geurhinder is ontstaan.
maximaal30 pannen deze extra koeling middels water ondergaan. Uitgaande van deze uitleg heeft verdachte in de periode van belang te veel pannen met Roza-slakken gekoeld met water. Dit volgt uit de verklaring van de vertegenwoordiger van verdachte.
terwijl die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken, niet bewezen. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel vrijspreken.
Opslagen maximaal mogelijk in de papierpulp (cellulose) zetten. Wat nog niet in de pulp staat, is planning voor om in de pulp te zetten voor de slechte weersomstandigheden starten (opgenomen in celluloseplan voor dit weekend)
Schuim wordt gedoseerd bij opbouw kolenmengveld. Kolenmengveld op tijd gereed maken om in de pulp te zetten voor de slechte weersomstandigheden starten
Pulpwagencapaciteit optimaal om in te zetten (beschikbaar en optimale bezetting) en voorraad extra aangevuld in het weekend. [20]
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
de rechtbank begrijpt: de door de officier van justitie bewezen geachte strafbare feiten die zien op het koelen van Roza-slakken) hebben zich gedurende langere tijd voorgedaan.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
€ 100.000, -(honderdduizend euro) voor de bewezen verklaarde misdrijven in zaken A, B, C en D.
€ 10.000, -(tienduizend euro) voor de bewezen verklaarde overtreding in zaak C.