Op 19 april 2019 vond in Amsterdam een incident plaats waarbij verdachte zonder medeweten van het slachtoffer tussen haar en haar vriend in bed ging liggen en haar streelde, waaronder het inbrengen van een of meer vingers in haar vagina. Het slachtoffer was wakker en gaf meerdere keren aan de aanrakingen niet te waarderen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van verkrachting wegens gebrek aan dwang, maar achtte het subsidiair tenlastegelegde feit van seksueel binnendringen bij verminderd bewustzijn wel bewezen. De verdediging betoogde volledige vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat niet is bewezen dat het slachtoffer door dwang werd gedwongen en dat zij niet in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Het slachtoffer was volgens eigen verklaring wakker, weerde zich en was niet ontnuchterd. De rechtbank sprak verdachte daarom volledig vrij.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen en sprak het vonnis uit op 15 augustus 2023.