ECLI:NL:RBAMS:2023:5232
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van vooringenomenheid toegewezen
Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend door een rechter in opleiding die was aangewezen als voorzitter van een meervoudige kamer in een civiele zaak. Het verzoek was gebaseerd op de vrees dat de rechter niet onpartijdig zou kunnen zijn vanwege een aansprakelijkstelling door een van de bij de zaak betrokken advocaten uit diens tijd als advocaat.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij werd vastgesteld dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk is. Verschoning dient ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid.