ECLI:NL:RBAMS:2023:5156

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 juli 2023
Publicatiedatum
14 augustus 2023
Zaaknummer
13/029131-23 EAB I (was: 13/737304-13)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in vordering tot behandeling Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte geboren in 1981. De procedure startte in 2013 en kende meerdere zittingen, waarbij de verdachte steeds werd bijgestaan door een advocaat en tolk.

De behandeling werd in 2014 en 2015 voortgezet met instemming van partijen, maar het onderzoek werd geschorst vanwege een gerelateerde procedure. De wettelijke beslistermijn werd toen voor onbepaalde tijd verlengd. In 2023 werd de behandeling hervat, waarbij de verdachte niet persoonlijk aanwezig was maar vertegenwoordigd door een raadsman.

De rechtbank constateerde dat de wettelijke beslistermijn inmiddels was verstreken en dat verlenging daarvan niet meer mogelijk was na wetswijziging in 2021. Tevens stelde de rechtbank vast dat de Poolse autoriteiten het EAB hadden ingetrokken. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vordering tot behandeling van het EAB. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot behandeling van het Europees aanhoudingsbevel vanwege intrekking door de Poolse autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer 13/029131-23 EAB I (was: 13/737304-13)
Datum uitspraak: 19 juli 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 november 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 december 2008 door
the District Court Criminal Department III in Jelenia Góra(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 17 januari 2014
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 januari 2014, in aanwezigheid van mr. A. Oswald, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.J. van der Velden, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek ter zitting is voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de mogelijkheid te onderzoeken van overname door Nederland van de straf die ten grondslag ligt aan het EAB.
Zitting 6 maart 2015
De behandeling van het EAB is met instemming van de officier van justitie en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon voortgezet in de stand van de vorige zitting in aanwezigheid van mr. A. Oswald, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.J. van der Velden en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Tussenuitspraak van 20 maart 2015
Het onderzoek ter zitting is heropend en geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de procedure in de zaak [medeverdachte] (parketnummer 13/751068-13).
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er vanwege de aanhouding er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.
Zitting 19 juli 2023
De behandeling van het EAB is, met instemming van de officier van justitie en de raadsvrouw, in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen en hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. [1] Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.
De beslistermijn is weliswaar in de tussenuitspraak van 20 maart 2015 voor onbepaalde tijd verlengd maar deze verlenging heeft gelet op de wetswijziging van de OLW van 1 april 2021, waarin is bepaald dat een dergelijke verlenging niet langer mogelijk is, geen eerbiedigende werking. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB nu de Poolse autoriteiten het EAB hebben ingetrokken.
De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.

4.Beslissing

VERKLAARThet Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB
.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. B. van Galen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 22 OLW Pro.
2.Tenzij sprake is van een verlenging op grond van het