De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 juli 2023 het verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Regensburg. De verdachte wordt verdacht van het plegen van oplichting, een feit dat in de bijlage van de Overleveringswet is opgenomen met een strafdreiging van minimaal drie jaar gevangenisstraf.
De verdediging voerde aan dat het aangekruiste lijstfeit oplichting niet terecht was, omdat het zou gaan om het niet nakomen van een zakelijke overeenkomst zonder gebruik van oplichtingsmiddelen. De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit verweer, stellende dat er geen evidente tegenstrijdigheid bestaat tussen het feit zoals omschreven in het EAB en het aangekruiste lijstfeit.
De verdachte heeft de Nederlandse nationaliteit, waardoor de rechtbank een terugkeergarantie eiste dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten. Deze garantie werd door de Duitse autoriteiten verstrekt en door de rechtbank als voldoende beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.