Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten voor zover van belang in het incident
3.De vordering in de hoofdzaak
4.Het geschil in het incident
5.De beoordeling
6.De beslissing
20 september 2023voor conclusie van antwoord, en,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een nog openstaande geldsom die hij aan gedaagde heeft uitgeleend voor bedrijfsvoering. Gedaagde heeft incidenteel gevorderd om een derde, zijn zakenpartner, in vrijwaring te mogen roepen op grond van een vermeende schuldoverdracht.
De rechtbank beoordeelt dat het incident zich beperkt tot de rechtsverhouding tussen gedaagde en de derde en niet tot de hoofdzaak waarin de betalingsverplichting van gedaagde wordt betwist. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd dat de derde als waarborg gehouden is de nadelige gevolgen van een verlies van gedaagde te dragen.
De rechtbank wijst de vrijwaringsvordering af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. De hoofdzaak wordt aangehouden tot 20 september 2023 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vrijwaringsvordering af wegens onvoldoende onderbouwing.