Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
[eiser] ,
[gedaagde] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- het vonnis van 10 maart 2023,
- akte niet dienen aan de zijde van de vrouw.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak staat de afrekening van gemeenschappelijke schulden tussen een man en een vrouw na hun echtscheiding centraal. De man stelt dat hij meer dan 50% van de schulden heeft betaald en vordert van de vrouw de helft van dat bedrag. De vrouw betwist dit en stelt zelf ook betalingen te hebben gedaan, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank beoordeelt per schuldpost of deze door de man is voldaan en of het gemeenschappelijke schulden betreffen. Voor een aantal schulden is dit vastgesteld aan de hand van documenten zoals brieven van deurwaarders, betalingsbewijzen en het echtscheidingsconvenant. Voor andere schulden ontbrak voldoende bewijs of waren deze niet gemeenschappelijk.
De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd van haar betalingen van gemeenschappelijke schulden. De rechtbank concludeert dat de man € 10.968,30 aan gemeenschappelijke schulden heeft voldaan en veroordeelt de vrouw tot betaling van de helft hiervan, te weten € 5.484,15, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten van € 649,21 toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen vanwege het restitutierisico voor de vrouw.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van € 5.484,15 plus incassokosten en wettelijke rente aan de man.