De rechtbank Amsterdam heeft op 30 januari 2023 een beschikking gegeven betreffende de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het gezag aan de moeder wordt toegekend. De procedure werd gestart door de moeder die verzocht om het gezag exclusief aan haar toe te kennen, omdat de vader al jaren niet betrokken is bij de opvoeding en verzorging van het kind.
De vader is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De minderjarige is in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven, waarvan gebruik is gemaakt. Uit de stukken en stellingen van de moeder blijkt dat de vader geen contact onderhoudt met het kind en niet meewerkt aan gezagsbeslissingen, waardoor de moeder al meerdere malen vervangende toestemming moest vragen.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag feitelijk niet wordt uitgeoefend en dat het in het belang van het kind is het gezag exclusief aan de moeder toe te kennen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.