Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:483

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
C/13/724010 / FA RK 22-6455
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling en kinderalimentatie voor jonge minderjarige na beëindiging relatie ouders

De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 januari 2023 een verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling en kinderalimentatie voor zijn jonge minderjarige kind, geboren in 2022. Partijen oefenden gezamenlijk het gezag uit en de minderjarige verbleef sinds het uiteengaan bij de moeder, die tijdelijk bij haar ouders woont. De voorlopige zorgregeling was reeds vastgesteld en verliep goed.

De vader verzocht om een definitieve zorgregeling met overnachtingen bij hem, terwijl de moeder bereid was tot een geleidelijke uitbreiding van de zorgregeling te starten met overnachtingen in het weekend en later doordeweeks. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is om regelmatig contact met beide ouders te hebben en stelde een zorgregeling vast met een opbouw in overnachtingen, beginnend met om de week een weekendovernachting en later een doordeweekse overnachting.

De vader had een verzoek tot kinderalimentatie ingediend, maar dit werd ingetrokken nadat partijen overeenstemming bereikten dat zij ieder de kosten dragen tijdens hun zorgmomenten. De rechtbank compenseerde de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De regeling voor vakanties en feestdagen werd voorlopig minimaal vastgesteld, met ruimte voor toekomstige afspraken passend bij de leeftijd van het kind.

Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast met geleidelijke overnachtingen bij de vader en compenseert de proceskosten; het verzoek tot kinderalimentatie wordt ingetrokken.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/724010 / FA RK 22-6455 (VZ/KL)
Beschikking van 30 januari 2023 betreffende verzoek inzake een zorgregeling en de vaststelling van kinderalimentatie
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. M. Roggeveen te Amsterdam,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. M.M.E. Rietjens.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de vader, ingekomen op 18 oktober 2022;
  • het verweerschrift van de moeder, ingekomen op 16 november 2022;
  • het F9 formulier van de vader, met bijlagen;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in deze zaak op 22 november 2022.
1.2.
De nadere mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2023. Verschenen zijn partijen en hun advocaten.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een relatie met elkaar gehad, welke relatie is beëindigd.
Uit de moeder is geboren:
[minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2022.
2.2.
Deze minderjarige is erkend door de vader.
2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.
2.4.
De minderjarige verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij de moeder, die sinds half september 2022 bij haar ouders (de grootouders van de minderjarige) in [woonplaats 2] woont.
2.5.
Op 22 november 2022 heeft eerdere mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden, tegelijkertijd met de behandeling van het verzoek om een provisionele voorziening (C/13/724009/ FA RK 22/6454). De vader heeft tijdens die behandeling zijn verzoek om een provisionele voorziening ingetrokken. Bij mondelinge uitspraak is het hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder bepaald, en is een voorlopige zorgregeling en een voorlopige door de vader te betalen onderhoudsbijdrage vastgesteld.

3.Het verzoek, het verweer en het zelfstandig verzoek

Verzoek tot het vaststellen van een zorgregeling
3.1.
De vader verzoekt een zorgregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
3.2.
De vader legt in zijn verzoekschrift het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. Het recht op omgang tussen ouder en kind is een fundamenteel recht. De minderjarige heeft hier recht op. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij omgang heeft met de vader, ook voor haar sociaal-emotionele ontwikkeling. [minderjarige] heeft recht op een gelijke verzorging en opvoeding door beide ouders. In het inleidende verzoekschrift verzoekt de vader om vaststelling van de volgende zorgregeling:
  • [minderjarige] verblijft de ene week van maandagochtend 9.00 uur tot donderdagochtend 9.00 uur bij de vader;
  • [minderjarige] verblijft de andere week van donderdagochtend 9.00 uur tot maandagochtend 9.00 uur bij de vader;
  • [minderjarige] verblijft de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader;
  • [minderjarige] verblijft op haar verjaardag, het Suikerfeest en het offerfeest de helft van de dag bij de vader en de helft van de dag bij de moeder.
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader te kennen gegeven dat de voorlopige zorgregeling goed verloopt. De vader wil graag uitbreiding daarvan met overnachtingen en is daarover ook in gesprek gegaan met de moeder, die daar ook wel voor open staat. Partijen hebben echter nog geen overeenstemming kunnen bereiken over de definitieve regeling en de wijze waarop deze moeten worden opgebouwd, zodat de vader zijn verzoek handhaaft.
Verweer en zelfstandig verzoek ten aanzien van de zorgregeling
3.4.
De moeder voert ter verweer tijdens de mondeling behandeling het volgende aan. De voorlopige zorgregeling loopt goed. In het begin vond de moeder het loslaten heel moeilijk. Het heeft vertrouwen gegeven dat de regeling goed gaat en zij is blij dat het goed gaat in het contact met de vader. De moeder weet dat [minderjarige] haar vader nodig heeft en zij wil het beste voor [minderjarige] . De moeder is bereid de zorgregeling uit te breiden, maar heeft daarover nog geen overeenstemming kunnen bereiken met de vader. Zij zou graag zien dat er wordt begonnen met een uitbreiding naar de zaterdag om 13:00 of 14:00 uur tot zondag 13:00 of 14:00 uur, om de week. Zij wil dit graag een maand proberen en dan verder uitbreiden. Co-ouderschap is nog een stap te ver en in deze fase is het lastig om dat al toe te zeggen. Als de overnachtingen op zaterdag goed gaan, kan er bij de dinsdag volgende op het weekend dat [minderjarige] bij de moeder is geweest ook een nachtje bij de vader bij. Dat zou dan vanaf 12:00 uur op dinsdag tot 12:00 uur op woensdag kunnen. [minderjarige] is dan ook op donderdag bij de vader. Dit wil de moeder voor de komende maanden.
Zelfstandig verzoek tot het vaststellen van een onderhoudsbijdrage
3.5.
De moeder heeft in haar inleidend verzoekschrift verzocht te bepalen dat de vader aan haar bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] zal betalen van € 400,- per maand. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven dat zij ten aanzien hiervan overeenstemming hebben bereikt, inhoudende dat partijen hebben afgesproken dat zij ieder de kosten voor de opvoeding en verzorging van [minderjarige] dragen op het moment dat zij voor haar zorgen. Gelet op die overeenstemming heeft de moeder haar verzoek tot het vaststellen van een onderhoudsbijdrage ingetrokken.

4.De beoordeling

Zorg- en contactregeling
4.1.
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen bij gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daarover op verzoek van de ouders of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Artikel 1:253a lid 2 sub b van het BW bepaalt – voor zover hier van belang – dat de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een regeling kan vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag, die kan omvatten de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
4.2.
Bij mondelinge beschikking op de mondelinge behandeling (22 november 2022) heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling bepaald. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling op 23 januari 2023 aangegeven dat deze zorgregeling goed verloopt.
4.3.
Partijen verdienen een compliment voor de manier waarop zij na de laatste beslissing van de rechtbank uitvoering hebben gegeven aan de voorlopige zorgregeling. Het is duidelijk dat er meer vertrouwen tussen hen is en dat het goed gaat. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] , gelet op haar jonge leeftijd, dat zij regelmatig contact heeft met beide ouders en niet te lang van een van de ouders gescheiden is. Op die manier wordt zij in staat gesteld een band met haar beide ouders te onderhouden. De door de rechtbank vast te stellen zorgregeling zal aan dat belang tegemoet moeten komen. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat zij ook bij de vader zal gaan overnachten, maar is van oordeel dat hier wel enige opbouw in moet zitten zodat [minderjarige] en de moeder daaraan kunnen wennen.
4.4.
De rechtbank zal een zorgregeling vaststellen die voortbouwt op de huidige voorlopige zorgregeling en waarin een opbouw plaatsvindt in de overnachtingen. [minderjarige] zal volgens die regeling eerst om de week op zaterdag bij de vader overnachten, gedurende een maand. Daarna zal daar om de week een overnachting op de dinsdag bij komen, na het weekend dat [minderjarige] bij de moeder heeft verbleven. De definitieve regeling houdt in dat [minderjarige] om de week in het weekend twee nachten bij de vader verblijft. Tussen de overnachting op de dinsdag en de overnachting in het weekend zal de donderdag komen te vervallen, zodat er voor [minderjarige] ook weer niet teveel wisselingen zijn. De wisselingen zullen steeds om 12:00 uur plaatsvinden, dus voor het middagslaapje.
4.5.
De vader heeft tenslotte verzocht om een verdeling van de vakanties, feestdagen en verjaardagen. De rechtbank zal een minimum regeling vastleggen die is afgestemd op de nog zeer jonge leeftijd van [minderjarige] . Voor een verdeling van (school)vakanties ziet de rechtbank geen grond omdat [minderjarige] nog niet naar school gaat. Het ligt op de weg van partijen om hierover in de toekomst nadere afspraken te maken, passend bij de leeftijd en de behoeftes van [minderjarige] .
Kinderalimentatie
4.6.
Gelet op de intrekking van het verzoek hoeft hierover geen beslissing meer te worden genomen.
Proceskosten
4.7.
Gelet op de aard van het geschil zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren.

5.5. De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt in het kader van een zorgregeling dat de vader voornoemde minderjarige bij zich zal hebben (overnachtingen dikgedrukt):
  • dinsdag 31 januari van 12:00 uur tot 18:00 uur;
  • donderdag 2 februari 2023 van 12:00 uur tot 18:00 uur;
  • zaterdag 4 februari 2023 om 12:00 uur tot zondag 5 februari 2023 om 12:00 uur;
  • dinsdag 7 februari 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • donderdag 9 februari van 12:00 tot 18:00 uur;
  • dinsdag 14 februari 2023 van 12:00 uur tot 18:00 uur;
  • donderdag 16 februari 2023 van 12:00 uur tot 18:00 uur
  • zaterdag 18 februari 2023 om 12:00 uur tot zondag 19 februari 2023 om 12:00;
  • dinsdag 21 februari 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • donderdag 23 februari 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • dinsdag 28 februari 2023 om 12:00 uur tot woensdag 1 maart 2023 om 18.00 uur;
  • donderdag 2 maart van 12:00 tot 18:00 uur;
  • zaterdag 4 maart 2023 om 12:00 uur tot zondag 5 maart 2023 om 12:00 uur;
  • dinsdag 7 maart 2023 van 12:00 tot 18:00 uur
  • donderdag 9 maart 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • dinsdag 14 maart 2023 om 12:00 uur tot woensdag 15 maart om 18:00 uur
  • donderdag 16 maart 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • zaterdag 18 maart van 12.00 uur tot zondag 19 maart 2023 om 12:00 uur;
  • dinsdag 21 maart 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • donderdag 23 maart 2023 van 12:00 tot 18:00 uur;
  • dinsdag 28 maart 2023 van 12:00 uur tot woensdag 29 maart om 18:00 uur;
  • donderdag 30 maart van 12:00 tot 18:00 uur;
  • zaterdag 1 april 2023 van 12:00 uur tot zondag 2 april om 12:00 uur;
  • dinsdag 4 april van 12:00 uur tot 18:00 uur;
  • donderdag 6 april van 12:00 uur tot vrijdag 7 april om 18:00 uur;
Vanaf 8 april geldt de definitieve regeling:
Week 1:
  • dinsdag van 12:00 uur tot woensdag 18:00
  • vrijdag van 12:00 uur tot zondag 12:00 uur
Week 2:
  • dinsdag van 12:00 uur tot 18:00 uur
  • donderdag van 12:00 uur tot vrijdag 18:00 uur
5.2.
bepaalt als vakantie- en feestdagenregeling:
  • De feestdagen worden in onderling overleg bij helfte verdeeld, waarbij [minderjarige] op haar verjaardag, het Suikerfeest en het Offerfeest de helft van de dag bij de vader en de helft van de dag bij de moeder verblijft;
  • Nadat [minderjarige] 1 jaar oud is geworden, zullen partijen beiden met haar op vakantie kunnen gaan, in onderling overleg. Totdat [minderjarige] 3 jaar oud is, zullen deze vakanties niet langer dan 1 week mogen duren en zullen de moeder en de vader ieder niet vaker dan tweemaal per kalenderjaar met haar op vakantie gaan.
5.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. V. Zuiderbaan, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. K.E. Luijckx, griffier, op 30 januari 2023.