Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:4624

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 juli 2023
Publicatiedatum
21 juli 2023
Zaaknummer
13/120683-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 6 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 13 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor georganiseerde diefstal en brandstichting

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 juli 2023 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Düsseldorf. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, wordt verdacht van georganiseerde diefstal en opzettelijke brandstichting, strafbare feiten volgens Duits recht met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de juridische grondslag van het EAB beoordeeld. Omdat de strafbare feiten voorkomen op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten. De Duitse autoriteiten hebben een garantie afgegeven dat, indien de opgeëiste persoon in Duitsland onvoorwaardelijk wordt veroordeeld, de straf in Nederland zal worden uitgevoerd.

Hoewel de feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, heeft de rechtbank de facultatieve weigeringsgrond van artikel 13 Overleveringswet Pro niet toegepast, mede omdat het Nederlandse Openbaar Ministerie geen vervolging wenst te starten en de bewijsmiddelen in Duitsland aanwezig zijn. De rechtbank concludeert dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen beletselen bestaan voor overlevering, zodat deze wordt toegestaan.

De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier, en is onherroepelijk omdat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor de strafbare feiten zoals omschreven in het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/120683-23
Datum uitspraak: 27 juli 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 25 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 april 2023 door het
Amtsgericht Düsseldorf(Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 juli 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. F.D.W. Siccama, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht te worden gehoord.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Düsseldorfvan 20 april 2023 (dossiernummer: 150 Gs 771/23).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 18 en 28, te weten:
  • georganiseerde of gewapende diefstal;
  • opzettelijke brandstichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Leitende Oberstaatsanwältinin Düsseldorf heeft bij brief van 10 juli 2023 ten aanzien van de opgeëiste persoon de volgende garantie gegeven:
“Met referte aan uw schrijven per e-mail d.d. 7 juli 2023 wordt de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op basis van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5 december 2008, bladzijde 27) zoals gewijzigd, voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf naar Nederland zal worden teruggezonden.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro

Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. [4]
De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan:
  • Het Nederlandse Openbaar Ministerie is niet voornemens om de vervolging van de feiten uit het EAB zelf ter hand te nemen;
  • De vervolging is in Duitsland aangevangen;
  • De bewijsmiddelen bevinden zich in Duitsland;
  • De Duitse rechtsorde is geschaad.
De rechtbank stelt voorop dat aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn. Verder is de gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
In dat licht en gelet op wat de officier van justitie heeft aangevoerd, vormt het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Düsseldorf(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. M.C. Eggink en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.