De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juni 2022 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Zamosc, Polen. De verdachte werd verdacht van bedreiging, eenvoudige belediging, vernieling van eigendom en mishandeling van zijn echtgenoot.
De identiteit van de verdachte werd bevestigd en het EAB voldeed aan de wettelijke vereisten. De verdediging voerde aan dat de feiten niet dubbel strafbaar zouden zijn in Nederland, omdat het Poolse wetsartikel 207 niet overeenkomt met Nederlandse strafrechtelijke bepalingen. De rechtbank oordeelde echter dat de Nederlandse delictsomschrijvingen wel degelijk strafbaar zijn en dat overeenstemming in exacte wetsartikelen niet vereist is.
Na toetsing van de wettelijke criteria van de Overleveringswet (artikelen 2, 5 en 7) en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De strafrestant bedraagt nog ruim anderhalf jaar.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare zitting op 22 juni 2022.