Uitspraak
[eisers 1] ,uit De Rijp
en [eisers 1], uit Amsterdam, eisers,
[derde belanghebbende] ,uit Amsterdam, vergunninghouder.
Rechtbank Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Amsterdam de beroepen van meerdere eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor het optoppen van een pand met een extra bouwlaag. De vergunninghouder is eigenaar van het pand en heeft een aanvraag ingediend voor deze bouwactiviteit.
De rechtbank stelt vast dat de vergunninghouder terecht als belanghebbende is aangemerkt, ondanks het ontbreken van toestemming van de VvE, omdat de mogelijkheid bestaat om vervangende toestemming te verkrijgen via de civiele rechter. Vervolgens wordt beoordeeld of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De rechtbank volgt eerdere uitspraken en oordeelt dat het bouwplan niet strijdig is met het bestemmingsplan ‘[bestemmingsplan 1]’ en dat de toetsing aan dit oude bestemmingsplan terecht is uitgevoerd, ondanks de latere vaststelling van een nieuw bestemmingsplan.
Daarnaast zijn de door eisers aangevoerde privaatrechtelijke belemmeringen en belangen zoals verlies van zonlicht en privacy niet relevant voor de vergunningverlening, aangezien de weigeringsgronden uit de Wabo limitatief zijn en niet door deze belangen worden geraakt. De rechtbank wijst ook het verweer dat de hoorplicht is geschonden af, omdat de procedure correct is gevolgd.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de omgevingsvergunning voor de extra bouwlaag rechtmatig is verleend volgens de geldende wet- en regelgeving.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning voor de extra bouwlaag worden ongegrond verklaard.