ECLI:NL:RBAMS:2023:4561
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens noodweer en overschrijding redelijke termijn bij vechtpartij
Op 9 juli 2018 vond in Amsterdam een vechtpartij plaats waarbij verdachte betrokken was. Verdachte werd primair beschuldigd van openlijke geweldpleging en subsidiair van mishandeling jegens vader en dochter. De rechtbank oordeelde dat het primaire feit niet bewezen kon worden omdat niet vaststond dat verdachte in vereniging handelde.
De mishandeling van de dochter werd wel bewezen verklaard, maar het beroep op noodweer slaagde voor het tweede deel van het gevecht waarin verdachte haar vriend verdedigde tegen aanvallen met een mes. Het geweld van verdachte werd als proportioneel en noodzakelijk beoordeeld. Voor het eerste deel van het gevecht, waarin verdachte en dochter elkaar sloegen zonder dat sprake was van een noodweersituatie, werd verdachte wel schuldig bevonden aan mishandeling.
Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn van bijna drie jaar vond de rechtbank strafoplegging niet meer doelmatig. Verdachte werd daarom vrijgesproken van openlijke geweldpleging en geweldshandelingen in het tweede deel van het gevecht, en er werd geen straf of maatregel opgelegd voor de bewezen mishandeling. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en geweldshandelingen in tweede deel gevecht wegens noodweer; geen straf voor bewezen mishandeling vanwege termijnoverschrijding.