Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beschikking van de kantonrechter
de stichting STICHTING HOGER ONDERWIJS NEDERLAND
[verweerder]
Kern van de zaak:
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
een gesprek met jou en [naam 3] (HR-adviseur TOI) aangegeven dat hij meldingen heeft gekregen dat je grensoverschrijdend gedrag vertoont bij zowel collega’s als studenten. Dit uit zich in de vorm van opmerkingen, grappen en verhalen die seksueel getint zijn. De melders willen zich niet bekend maken en er zijn (vooralsnog) geen formele klachten ingediend. Op de vraag of je je herkent in de meldingen en de gegeven concrete voorbeelden, geef je het volgende aan:
Bezemer & Schubad heeft vervolgens naar aanleiding van de bezwaren van [verweerder] de behandeling van de onderzoeken aangehouden.
Het gesprek morgen is uitsluitend bedoeld om te peilen of jij openstaat voor een coaching-traject, en om te bezien of een van de aangereikte coaches jouw voorkeur zou hebben. Dit met een verwijzing naar de aanbevelingen uit het rapport van Bezemer & Schubad d.d. 21 juli 2022, die mijns inziens in evenwicht zijn met de voorzichtige en genuanceerde conclusies.
Welnu, aangezien jij de coachvraag volledig open laat vind ik het een goed alternatief daarover met een coach te spreken. Ik laat je deze week weten uit welk bureau ik kies.”
Situatie [naam teamleider] en [verweerder]
Situatie [naam 1] en [verweerder]
Daar thans blijkt dat de heer [naam 1] al vrij snel bekend was met het dossier [verweerder] is hij ook mede verantwoordelijk. Gebleken is dat [naam 1] vanaf 11 november 2021 op de hoogte was hoe [naam teamleider] in de dagen daarvoor met de situatie omging, waarbij [naam teamleider] aan [naam 1] heeft uitgelegd dat hij een melding had ontvangen en [verweerder] uit het accreditatie- en doorontwikkel team heeft gehaald en daarvoor een reden had verzonnen, zonder [verweerder] te vertellen dat er een melding was op grond waarvan geacteerd was. De heer [naam 1] heeft dit gelaten en in de periode daarna meegekeken en meebeslist tot en met 15 februari 2022, waarvoor het LKC oordeelt. De handelingen van [naam 1] zelf in de periode na 15 februari, daarvan heeft [verweerder] als we het ‘plat slaan’ aangegeven dat [naam 1] onwaarheden aan [verweerder] heeft verteld, niet de procedure van InHolland heeft gevolgd (begin feb en daarna), dat [naam 1] heeft gedreigd met vervolgstappen als [verweerder] een klacht tegen [naam teamleider] doorzet en ook de aanval heeft gekozen zonder de procedure bij LKC af te wachten. Hoewel het verhaal van een anonieme meldster als waar wordt aangenomen, wordt deze klacht van [verweerder] jegens [naam teamleider] op voorhand als onwaar terzijde geschoven en InHolland doet ook zelf alles om deze klacht jegens [naam teamleider] van tafel te krijgen. De vraag die Inholland thans naar voren brengt om tegen [verweerder] te gebruiken, dat is dat [verweerder] zich ongegrond verwijtend heeft uitgelaten over de heer [naam 1] . [verweerder] kan het door hem gestelde aantonen en als bewoordingen gegrond zijn, kan dat [verweerder] niet aangerekend worden. Het vraagstuk tussen [verweerder] en [naam 1] is dus vooral of het door [verweerder] gestelde gegrond is. De voorzitter van LKC liet vorige week al vallen dat [verweerder] hierover een klacht bij LKC kan laten onderzoeken en LKC zich dan ook over die periode en over [naam 1] kan uitlaten. [verweerder] is nog steeds van mening dat LKC eerst ongehinderd haar werk in het dossier [naam teamleider] dient te doen, zodat het passend lijkt om uiterlijk 9 november een klacht bij het LKC neer te leggen jegens de heer [naam 1] . [verweerder] kan naast wat er fout is gegaan in februari, ook aantonen dat het door hem gestelde zich voorgedaan heeft en het in de beleving van [verweerder] dus geen loze beschuldigingen zijn. We hoeven het over dat onderwerp thans niet eens te worden.
Situatie in verlengde van de bevindingen van B&S over meldster
De mediation
Hoewel je tot nu toe geen duidelijk antwoord hebt willen geven op mijn vraag wat je precies bedoelde met ‘het grijze gebied’, was en ben ik evenwel bereid om je recente mails te beschouwen als een opening. Daarom ging ik terug naar de stand van zaken van medio oktober 2022 en bood ik je wederom een coachingstraject aan. Zie mijn mail van 31 januari 2023. Nogmaals: dit traject is geen vrijblijvend aanbod en dan ook geen onderhandelingspunt.
Het verzoek
Het verweer en de tegenverzoeken
Beoordeling
overgekomenen dat [verweerder] daaraan zou kunnen werken. Daaruit blijkt niet dat Inholland tijdens het gesprek een veroordelend standpunt heeft ingenomen.
BESLISSING
1 september 2023;
€ 15.555,90 brutoen veroordeelt Inholland tot betaling van dit bedrag;
- salaris € 1.058,00
- griffierecht € 128,00
-----------------
totaal € 1.186,00
voor zover van toepassing, inclusief btw;