De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 juni 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Amtsgericht Chemnitz, Duitsland, gericht op de overlevering van een Georgische verdachte die in Nederland gedetineerd is. De verdachte was niet aanwezig tijdens de zitting maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen.
De identiteit van de verdachte werd vastgesteld en bevestigd, ondanks het verweer van persoonsverwisseling door de verdediging. De rechtbank concludeerde dat de aangehouden persoon inderdaad degene is die door de Duitse autoriteiten wordt gezocht, mede op basis van gegevens van de Koninklijke Marechaussee en een fotovergelijking.
De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht betreffen poging tot diefstal en diefstal met braak, strafbare feiten onder zowel Duits als Nederlands recht, waarbij aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan. De verdediging vroeg uitstel van overlevering vanwege een lopende Nederlandse strafzaak, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen reden is om het EAB niet toe te staan.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.