ECLI:NL:RBAMS:2023:4378

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
13/026254-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 310 SrArt. 3 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Europese aanhoudingsbevel Polen ondanks verweer dubbele strafbaarheid cannabis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 maart 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit tegen een verdachte geboren in 1987. Het EAB betreft de uitvoering van een vrijheidsstraf van één jaar en vijf maanden, waarvan nog ruim een jaar resteert. De verdachte verscheen ter zitting en werd bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk.

De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, met name de dubbele strafbaarheid van de feiten. De feiten betreffen poging tot diefstal met braak en meermalen opzettelijk handelen in strijd met het Opiumwetverbod. De verdediging voerde aan dat het bezit van 2,89 gram cannabis niet strafbaar zou zijn in Nederland vanwege het gedoogbeleid, en dat overlevering daarom moest worden geweigerd.

De rechtbank oordeelde echter dat het gedoogbeleid niet relevant is voor de toetsing van dubbele strafbaarheid; het gaat erom of het feit strafbaar is in Nederland. Aangezien dat het geval is, werd het verweer verworpen. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan alle wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing werd op 5 april 2023 in het openbaar uitgesproken door de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het verweer dat de cannabisfeiten niet voldoen aan dubbele strafbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/026254-23
RK nummer: 23/287
Datum uitspraak: 5 april 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 27 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 december 2022 door
the Circuit Court in Tarnobrzeg(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
verblijfadres: [adres],
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
judgement of the District Court in Mielecvan 22 oktober 2019, referentienummer II K 495/19.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en vijf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog één jaar, één maand en negen dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3] In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet van toepassing.

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
(poging tot) diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
De raadsman heeft bepleit dat het ‘opium’ feit niet voldoet aan het vereiste van de dubbele strafbaarheid, omdat het gaat om het bezit van 2,89 gram cannabis. Wanneer de feitelijke elementen zich in Nederland hadden afgespeeld, was er zeer waarschijnlijk geen sprake geweest van vervolging wegens de geringe hoeveelheid cannabis. Om die reden moet de overlevering worden geweigerd.
De rechtbank is van oordeel dat bij de beantwoording van de vraag of aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan niet relevant is of voor het feit in Nederland een gedoogbeleid geldt, maar alleen of het feit ook in Nederland strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat aan dat vereiste is voldaan en verwerpt het verweer.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, 3 en 10 Opiumwet en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Tarnobrzeg(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. R. Godthelp en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 april 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.