ECLI:NL:RBAMS:2023:4340
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing medische urgentieverklaring na woningverlies buiten eigen toedoen
Eiser diende op 3 april 2023 een aanvraag in voor een medische urgentieverklaring, welke door verweerder op 25 mei 2023 werd afgewezen op grond van algemene weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Hvv). Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de inschrijvingsduur en dat schulden zonder schuldsaneringstraject bestonden, waardoor geen medische beoordeling plaatsvond.
Eiser bracht in beroep naar voren dat hij reeds over een medische urgentie beschikte en dat zijn medische situatie en het buiten zijn schuld verliezen van zijn woning in aanmerking genomen moesten worden. De voorzieningenrechter stelde vast dat eiser sinds 2016 een medische urgentie had en door een vonnis van de kantonrechter in maart 2023 zijn woning had moeten verlaten, waardoor hij dakloos werd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de aanvraag niet had mogen weigeren op basis van de algemene weigeringsgronden, omdat eiser zijn woning buiten eigen toedoen was kwijtgeraakt en reeds een medische urgentie had. De hardheidsclausule was van toepassing, en het niet verlenen van urgentie leidde tot een schrijnende situatie. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen een week een urgente verklaring te verstrekken.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de voorzieningenrechter zelf in de zaak voorzag. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen een week een medische urgentieverklaring te verlenen.