De zaak betreft een geschil over een gemengde huurovereenkomst van bedrijfsruimte met een ondergeschikt woondeel, waarbij de huurder Twin Film/Kinderfilmotheek en diens rechtsopvolgers betrokken zijn. De huurovereenkomst is opgezegd door de verhuurder, Lieven De Key, en de vraag was of de huurovereenkomst gesplitst kon worden in een woon- en bedrijfsdeel met verschillende huurregimes, en of de medehuurder zelfstandig huurrecht had.
De kantonrechter oordeelt dat splitsing van de gemengde huurovereenkomst niet mogelijk is, mede gelet op het feitelijk gebruik en de inrichting van het gehuurde. Het huurregime van artikel 7:230a BW (bedrijfsruimte) is derhalve volledig van toepassing, waardoor medehuurderschap wordt uitgesloten. De opzegging door Lieven De Key is rechtsgeldig en leidt tot het einde van de huurovereenkomst per 1 februari 2023.
De vorderingen van Lieven De Key tot ontruiming en betaling van huurpenningen worden toegewezen, terwijl de vorderingen van de gedaagden tot huurkorting en herstel van gebreken worden afgewezen. Er is geen sprake van ernstige nalatigheid van de verhuurder die het exoneratiebeding zou uitsluiten. De gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huur tot ontruiming.
De proceskosten worden aan de zijde van de gedaagden toegewezen aan Lieven De Key. Het vonnis is gewezen door kantonrechter E.J. van der Molen en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.