Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam. Het bezwaar werd op 25 november 2022 gegrond verklaard en er werd een proceskostenvergoeding toegekend. Omdat de betaling van deze vergoeding uitbleef, wendde eiseres zich tot de bestuursrechter met een beroep gericht op de betaling van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het beroep niet is gericht tegen de inhoudelijke uitspraak op bezwaar, maar uitsluitend op de betaling van de proceskostenvergoeding. De bestuursrechter is echter niet bevoegd om over de invordering van bestuursrechtelijke geldschulden te oordelen; dit behoort tot de civiele rechterlijke macht.
De rechtbank sluit het onderzoek en doet uitspraak zonder zitting, verklaart zich onbevoegd en wijst erop dat eiseres zich tot de civiele rechter kan wenden om betaling af te dwingen. Er is geen griffierecht geheven en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in deze procedure.