ECLI:NL:RBAMS:2023:4189

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
13/114560-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer artikel 12 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 juli 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit voor een verdachte geboren in 1975 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twee jaar en drie maanden, waarvan nog ruim twee jaar resteert.

De verdediging voerde aan dat de verdachte niet op de hoogte was gesteld van het proces en ten onrechte bij verstek was veroordeeld, waardoor de overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) geweigerd zou moeten worden. De officier van justitie stelde dat hoewel artikel 12 OLW Pro van toepassing is, van weigering afgezien kan worden.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte bij een verhoor in 2015 een adres had opgegeven en was gewezen op zijn rechten en plichten, waaronder het doorgeven van adreswijzigingen. De oproep voor het proces was naar dat adres gestuurd, en de verdachte had deze instructies ondertekend. Hierdoor was de procedure zonder schending van verdedigingsrechten gevoerd. De rechtbank zag geen reden tot aanhouding voor een verzetgarantie.

De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, betreffen diefstal door meerdere personen met braak, wat ook onder Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn, en stond de overlevering toe.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het verweer op grond van artikel 12 OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/114560-23
Datum uitspraak: 4 juli 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 6 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 februari 2022 door de
Sąd Okręgowy (Regional Court) in Białystok III Criminal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1975,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 juni 2023, in aanwezigheid van mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
enforceable judgement in the District Court in Białystok issued on 23 January 2020, case ref. II K 1132/18 which became valid and final on 31 January 2020.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en drie maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, twee maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt raadsman
De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon op geen enkele wijze is geïnformeerd over het proces. De opgeëiste persoon heeft de laatste jaren in Duitsland gewoond en heeft zich daar op enig moment ook ingeschreven. Hij stond echter ook nog ingeschreven op het adres in Polen. De opgeëiste persoon heeft daarom al die tijd contact onderhouden met zijn zoon, die nog op dat adres woont. Zijn zoon heeft de post voor hem in de gaten gehouden, maar heeft niets ontvangen van de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon heeft dus voldaan aan het inspanningsvereiste. Hij is ten onrechte bij verstek veroordeeld. De overlevering moet daarom worden geweigerd. Subsidiair moet de zaak worden aangehouden om een verzetgarantie op te vragen.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is, maar dat van weigering kan worden afgezien.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van
6 juni 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon bij zijn verhoor op 27 oktober 2015 een adres heeft opgegeven. Hij is toen gewezen op zijn rechten en verplichtingen in de strafrechtelijke procedure, waaronder de verplichting om iedere adreswijziging door te geven. Hij is daarbij ook gewezen op de gevolgen indien hij dit niet zou doen, hetgeen betekent dat hij daarmee erkent dat de betekening van de dagvaarding aan het laatst bekende adres rechtsgeldig is en dat de procedure in zijn afwezigheid wordt gevoerd. Deze instructie heeft hij ondertekend. De oproep voor het proces is naar het opgegeven adres gestuurd.
Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De opgeëiste persoon was klaarblijkelijk op de hoogte van het strafproces en, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de zaak aan te houden voor een verzetgarantie, zoals de raadsman heeft verzocht.

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Sąd Okręgowy (Regional Court) in Białystok III Criminal Division(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.