ECLI:NL:RBAMS:2023:4147
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking vergunning en nieuwe aanvraag door andere partij
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een vergunning verleend aan een derde partij voor twee energielaadpunten bij een benzinestation op een verzorgingsplaats langs een rijksweg. De vergunning was verleend op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr). Na bezwaar en gedeeltelijke gegrondverklaring daarvan, werd de vergunning van de oorspronkelijke vergunninghouder ingetrokken en aan een andere partij een nieuwe vergunning verleend.
De rechtbank moest beoordelen of het beroep van eiseres mede betrekking had op de nieuwe vergunning van 13 mei 2022. Gelet op artikel 6:19 Awb Pro en de wetsgeschiedenis oordeelde de rechtbank dat dit niet het geval was, omdat de nieuwe vergunning was verleend aan een andere aanvrager en de oude vergunning was ingetrokken.
Omdat eiseres geen belang meer had bij het beroep tegen de ingetrokken vergunning, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Het aanvullende beroepschrift werd doorgezonden naar de minister als bezwaarschrift tegen de nieuwe vergunning. De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.