Uitspraak
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
- mevrouw [naam 1] , namens de Raad;
- de moeder;
- mevrouw [naam 2] , namens de GI.
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 30 januari 2023 een beschikking gegeven in een zaak waarin de voogdij over een minderjarige, die sinds 2017 onder voogdij van haar opa stond, werd beëindigd en het gezag aan de vader werd toegekend.
De minderjarige woont sinds augustus 2020 feitelijk bij haar vader en is sinds mei 2021 ook ingeschreven op zijn adres. Er waren zorgen over de opvoedsituatie bij de opa, wat leidde tot een ondertoezichtstelling in april 2020. De opa weigerde medewerking aan de jeugdbescherming, wat de situatie bemoeilijkte. Sinds de verhuizing naar de vader heeft de minderjarige een positieve ontwikkeling doorgemaakt.
De Raad voor de Kinderbescherming en de GI adviseerden de voogdij te beëindigen en het gezag aan de vader toe te kennen. De vader heeft een verzoek ingediend om met het gezag belast te worden. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is dat degene die haar opvoedt ook de beslissingen over haar kan nemen. Er bestond geen gegronde vrees dat de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Op grond van artikel 1:253c lid 1 en lid 4 BW en artikel 1:281 lid 1 BW Pro werd de voogdij beëindigd en het gezag aan de vader toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De vader wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige en de voogdij van de opa wordt beëindigd.