ECLI:NL:RBAMS:2023:3963

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
13.132280.23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beslissing RC
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 551a SvArt. 8 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming kraakpand wegens renovatieplannen eigenaar

De officier van justitie heeft op 30 mei 2023 een vordering ingediend tot ontruiming van een pand dat sinds 27 april 2023 wederrechtelijk wordt bewoond door krakers. De rechter-commissaris heeft op 2 juni 2023 een zitting gehouden waarbij de krakers, hun advocaat, de eigenaar van het pand en diens advocaat zijn gehoord.

De krakers beriepen zich op hun huisrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro en stelden dat ontruiming een disproportionele inbreuk zou vormen. De eigenaar heeft echter concrete plannen om de eerste etage van het pand te renoveren en als kantoorruimte te verhuren. Hoewel er onduidelijkheden waren over offertes en tijdspaden, heeft de advocaat van de eigenaar toegezegd dat de aannemer binnen een week na ontruiming zal starten met de werkzaamheden.

De rechter-commissaris oordeelt dat het belang van de eigenaar bij ontruiming gerechtvaardigd is en dat ontruiming niet zal leiden tot langdurige leegstand. De omstandigheden van de krakers, waaronder het vinden van alternatieve huisvesting, wegen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde en eigendomsrechten. De machtiging tot ontruiming wordt daarom toegekend met een ontruimingstermijn tot uiterlijk 7 juni 2023.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van het kraakpand wordt toegewezen met een ontruimingstermijn tot uiterlijk 7 juni 2023.

Uitspraak

Rechtbank amsterdam

rechter-commissaris in strafzaken
zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13.132280.23
datum : 2 juni 2023
Beslissing op een vordering tot machtiging voor een bevel tot verwijdering van personen en/of voorwerpen uit een woning, besloten lokaal of erf
(artikel 551a Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

NN (alle aanwezige personen in nagenoemd pand), namens wie zich bekend hebben gemaakt [kraker 1] , geboren op [geboortedag 1] 1999 te [geboorteplaats 1] , en [kraker 2] , geboren op [geboortedag 2] 2002 te [geboorteplaat 2] , en/of een of meer vooralsnog onbekend gebleven perso(o)n(en), hierna ook de krakers, woonplaats: [woonplaats] .

Procedure

De officier van justitie heeft op 30 mei 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechter-commissaris de bovengenoemde machtiging verleent.
De officier van justitie heeft ter onderbouwing van de vordering een proces-verbaal met bijlagen overgelegd van Politie eenheid Amsterdam met kenmerk 2023099156 van
5 mei 2023.
De vordering heeft betrekking op het verwijderen door een opsporingsambtenaar van personen en voorwerpen die wederrechterlijk vertoeven in/op een bedrijfspand, een woning, besloten lokaal of erf, te weten het pand [adres 1] : de bedrijfsruimte aan [adres 1] , doorlopend boven [adres 2] .

Beoordeling

De rechter-commissaris heeft op 2 juni 2023 gehoord mr. J. van Lunen, advocaat van de verdachten, en de op de zitting verschenen verdachten [kraker 1] en [kraker 2] . Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Tevens waren aanwezig [eigenaar van het pand] (eigenaar van het pand) en zijn advocaat mr. H.M. Giezen.
Aan mr. Van Lunen is door de rechtbank tijdig een procesdossier ter beschikking gesteld. De tussen de officier van justitie en de advocaat van de eigenaar van het pand gewisselde e-mails, die ter zitting uitgebreid zijn besproken, zullen haar nog worden toegezonden.
Aan de eis dat de krakers door de rechter-commissaris moeten worden gehoord is voldaan. Zij zijn immers opgeroepen te verschijnen op de zitting van 2 juni 2023 om 10.00 uur.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Politie eenheid Amsterdam volgt dat op 30 mei 2023 een brief met de oproeping is uitgereikt aan [kraker 1] . Die brief was gericht aan “Alle aanwezige personen in het pand [adres 1] ”. Bovendien zijn twee verdachten op de zitting verschenen.
Uit het dossier volgt dat de krakers sinds 27 april 2023 wederrechtelijk, zonder toestemming van de eigenaar in het pand verblijven. De strafbaarstelling heeft ten doel bescherming van het recht van de eigenaar van het pand en bescherming van de openbare orde.
Mr. Van Lunen heeft ter zitting bepleit dat, voor zover van belang, de feiten sinds het eerder gevoerde kort geding tussen de verdachten en de eigenaren van het pand ongewijzigd zijn. Uit de bij de aangifte gevoegde stukken blijkt dat er verschillende mogelijke plannen zijn met het pand, maar onduidelijk is wat er nu daadwerkelijk gaat gebeuren en wanneer de plannen kunnen worden uitgevoerd. Onduidelijk is wat de uitkomst is van de onderhandelingen tussen de eigenaren van het pand en de huidige huurder van een gedeelte van het pand, [huurder] . De aanbieding van [verhuurmakelaar] , een verhuurmakelaar, is niet ondertekend zodat ervan uit moet worden gegaan dat er nog geen opdracht is verstrekt. Bovendien staat in die aanbieding dat het pand in de huidige staat zal worden verhuurd, terwijl er nu plannen zouden zijn om het pand grootschalig te verbouwen en pas na de verbouwing zal worden verhuurd. De offerte van 14 mei 2023 van de aannemer - [aannemer] – is niet uitgewerkt. Verder valt op dat de btw in de offerte niet klopt en dat die dateert van ruim na de ingebruikname van het pand door de verdachten en een uitgewerkt tijdspad van wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, ontbreekt. Ook de in de offerte genoemde bijlage met een calculatie ontbreekt. Het is volstrekt onduidelijk of de aannemer na de ontruiming van het pand daadwerkelijk zo spoedig mogelijk aan de slag zal gaan. De architect dient nog tekeningen te maken voor de eventuele realisatie van appartementen. Een duidelijk plan ontbreekt, het pand staat al sinds augustus 2021 leeg en ontruiming zal leiden tot ongerechtvaardigde leegstand, aldus steeds mr. Van Lunen.
De krakers hebben op grond van artikel 8 EVRM Pro een huisrecht. Ontruiming maakt een ernstige inbreuk op dit recht. Het in artikel 8 lid 2 EVRM Pro besloten proportionaliteitsvereiste brengt mee dat de rechter-commissaris moet toetsen of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde en de rechten van de eigenaren in de concrete omstandigheden van het geval proportioneel is. Dit vraagt om een afweging van de betrokken concrete belangen. Deze afweging kan alleen worden gemaakt als de verdachte(n) uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk maken die maken dat het huisrecht in dit geval voorrang moet krijgen boven het concrete belang bij de ontruimingsvordering. Ontruiming mag echter niet leiden tot ongerechtvaardigde leegstand.
De rechter-commissaris oordeelt als volgt. Ten opzichte van de eerdere kortgedingprocedure is een en ander veranderd. De eigenaar van het pand twijfelt niet langer over de bestemming van het pand. Zij wil de eerste etage van het pand renoveren en er opnieuw een kantoorruimte realiseren en niet langer woningen. De eigenaar van het pand heeft toegelicht dat volgens de door hem ingeschakelde architect voor de voorgenomen verbouwing geen omgevingsvergunning vereist is, omdat geen constructieve werkzaamheden verricht hoeven te worden. Verder is duidelijk geworden dat de eigenaar van het pand een verhuurmakelaar heeft benaderd voor de verhuur van de eerste etage van het pand. Bij de stukken bevindt zich een offerte van een aannemer. Hoewel er vraagtekens bij die offerte kunnen worden geplaatst (onderliggende calculaties ontbreken, zijn althans niet getoond, en de BTW is op 0% gesteld), wordt doorslaggevend belang gehecht aan hetgeen de advocaat van de eigenaar van
het pand ter zitting heeft meegedeeld. Hij heeft expliciet toegezegd dat als de krakers morgen worden ontruimd, de aannemer volgende week aan de slag zal gaan. Gelet hierop gaat de rechter-commissaris ervan uit dat daadwerkelijk op heel korte termijn de renovatiewerkzaamheden zullen starten.
De rechter-commissaris is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de eigenaar van het pand een concreet en gerechtvaardigd belang heeft bij ontruiming en dat dit niet zal leiden tot langdurige leegstand. De omstandigheid dat het moeilijk is andere huisvesting te vinden en dat de krakers na ontruiming mogelijk op straat komen te staan is geen omstandigheid die de belangenafweging in het voordeel van de krakers laat kantelen. Deze omstandigheid is door de wetgever al betrokken bij de keuze om in abstracto voorrang te geven aan het belang van de openbare orde, het beëindigen van strafbare feiten en de bescherming van rechten van derden, boven het huisrecht van de kraker.
De rechter-commissaris is gelet op bovenstaande van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen op de gronden, op de wijze en onder de voorwaarden als in de vordering omschreven, wat betekent dat de krakers het pand moeten ontruimen.
Wat betreft de ontruimingstermijn het volgende. Omdat het niet aannemelijk is dat de aannemer, ervan uitgaande dat hij via de eigenaar van het pand vandaag – vrijdagmiddag - op de hoogte komt van deze beslissing, meteen al maandag 5 juni 2023 in staat zal zijn om te starten met de werkzaamheden, zal het pand uiterlijk woensdag 7 juni 2023 ontruimd moeten zijn, zodat de aannemer donderdag 8 juni 2023 aan de slag kan. De krakers krijgen daarmee de gelegenheid om zelf tot ontruiming over te gaan, zonder dat de politie daar aan te pas hoeft te komen.

Beslissing

De rechter-commissaris:
wijst de vordering toe, met dien verstande dat de machtiging ingaat vanaf 7 juni 2023 om 9.00 uur,
machtigt de officier van justitie met inachtneming van het voorgaande overeenkomstig de vordering.
Deze beslissing is op 2 juni 2023 genomen door mr. E.A. Messer, rechter-commissaris