Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2020, zijn uit elkaar gegaan in juli 2022. De moeder heeft het gezag en het kind verblijft bij haar. De vader verzoekt gezamenlijk gezag en hoofdverblijf bij hem, terwijl de moeder verhuizing naar Den Haag wenst vanwege gebrek aan passende woonruimte in Amsterdam.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253c BW en constateert dat hoewel de communicatie moeizaam is, geen onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt. Daarom wordt het gezamenlijk gezag toegewezen. De verhuizing wordt toegestaan omdat de moeder voldoende heeft aangetoond dat passende woonruimte in Amsterdam niet beschikbaar is en Den Haag voordelen biedt voor het kind.
De zorgregeling wordt uitgebreid met drie weekenden per maand en de helft van de schoolvakanties bij de vader. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder. De vader wordt verplicht een bijdrage van €682 per maand te betalen aan de moeder voor verzorging en opvoeding van het kind. De rechtbank benadrukt het belang van hulpverlening en communicatieverbetering tussen ouders in het belang van het kind.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe, verleent de moeder toestemming tot verhuizing naar Den Haag en stelt een zorgregeling en kinderbijdrage vast.