Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot betaling van partneralimentatie afgewezen, en
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen die de man aan de vrouw dient te voldoen (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van 6 juli 2022 bepaald op € 298,- per maand voor [minderjarige 1] en € 228,- per maand voor [minderjarige 2] , met wijziging van het convenant van 15 juli 2013 tussen partijen in zoverre.
- de partneralimentatie wordt gesteld op € 1.000,- per maand, te betalen door de man aan de vrouw met ingang van 1 juli 2018, althans met ingang van een door het hof in goede justitie te bepalen datum, met indexatie voor het eerst per 1 januari 2023,
- de kinderalimentatie wordt vastgesteld op een bedrag van € 350,- per kind per maand, althans een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag exclusief de door de man te betalen verblijfsoverstijgende kosten, met ingang van 1 juli 2018, althans met ingang van een door het hof in goede justitie bepalen datum,
- de man te veroordelen tot betaling van de voor de kinderen te maken verblijfsoverstijgende kosten voor kleding, sport-, spel- en hobbybenodigdheden, fietsen, OV-kosten, schoolkosten, telefoonkosten, medische kosten,
- met veroordeling van de man in de kosten van het geding in twee instanties.
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, dan wel het hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, en
- de vrouw te veroordelen in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van de man gesteld op € 1.500,-, dan wel conform de liquidatietarieven.