ECLI:NL:RBAMS:2023:3408
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning belwinkel wegens vrees voor nadelige invloed en strafbare feiten
Verzoeker exploiteert sinds 2017 een belwinkel in Amsterdam en heeft een exploitatievergunning aangevraagd nadat de burgemeester een vergunningplicht instelde voor detailhandel in het gebied. De burgemeester weigerde de vergunning op grond van vrees voor nadelige invloed op het woon- en leefklimaat en de openbare orde, mede vanwege politie-informatie over de verkoop van namaakgoederen en vermoedelijke valsheid in geschrifte bij de aanvraag.
Verzoeker betwist de weigering en stelt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd dat de bedrijfsvoering nadelig zou zijn of dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten. Hij ontkent de verkoop van namaakproducten en wijst op een sepotverklaring na strafrechtelijk onderzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht is uitgegaan van de politie-informatie en dat de verklaring van verzoeker en de sepotverklaring dit niet weerleggen. De rechter verwijst naar vaste rechtspraak dat politieprocessen-verbaal als juist mogen worden aangenomen. De weigering van de vergunning zal waarschijnlijk standhouden, zodat geen voorlopige voorziening wordt getroffen.
De winkel dient gesloten te blijven en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.C. Loman op 1 juni 2023.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de winkel gesloten blijft.