De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 mei 2023 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging van voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, een persoon met een psychogeriatrische aandoening. De medische verklaring was gebaseerd op een beoordeling via beeldbellen, waarbij betrokkene weigerde fysiek of via video met de ter zake kundig arts te spreken.
De rechtbank stelde vast dat de medische verklaring onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet was verantwoord waarom een fysiek onderzoek niet mogelijk was. Volgens jurisprudentie op basis van het EVRM dient een medisch onderzoek in beginsel fysiek plaats te vinden, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. De weigering van betrokkene om via beeldbellen te spreken, impliceert niet dat een fysiek onderzoek onmogelijk is; juist daardoor was een fysieke beoordeling noodzakelijk.
De advocaat van betrokkene betwistte bovendien de diagnose fronto-temporale lobaire degeneratie. Gezien het ontbreken van een deugdelijke medische onderbouwing en de betwisting van de diagnose, concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling was voldaan. Het verzoek werd daarom afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.